Overname aandelen door successfee

© CASSIER & VAN MALDEGHEM - klik voor meer info of voeg ons toe op linkedin

Successfee als steunmaatregel voor overname doelvennootschap

Het Hof van Cassatie diende zich uit te spreken over het hoger beroep tegen een arrest waarbij het toekennen van een successfee niet aanzien werd als een bij art. 329 en 629 W.Venn. verboden steunmaatregelen bij de overname van aandelen door de doelvennootschap.

Tussen de overlater en doelvennootschap werd met name een overeenkomst gesloten waarbij voorzien werd in een successfee.

Deze overeenkomst bevatte letterlijk volgende clausule: "indien tegen uiterlijk 31/03/2007 een uitvoerbare stedenbouwkundige vergunning met een bovengrondse bewoonbare netto vloeroppervlakte van de appartementen en studio's die deel zullen uitmaken van het gebouwencomplex van méér dan 6.500 m² wordt bekomen (...) volgende bijkomende vergoedingen (zullen) verschuldigd zijn; voor de bijkomende bovengrondse bewoonbare netto vloeroppervlakte van de appartementen en studio's die deel zullen uitmaken van het gebouwencomplex boven de 6.500 m²: 200 euro per m² ten titel van successfee, door Gustafsviks te factureren aan de vennootschap"

Het Hof van Beroep te Gent oordeelde dat deze clausule geen inbreuk maakt op de verbodsbepalingen inzake financial assistance.

Bij arrest van 30 januari 2014 bevestigt het Hof van Cassatie deze redenering. Het Hof oordeelt dat het bovendien niet tegenstrijdig is dat enerzijds een overeenkomst van verkoop van aandelen en anderzijds de ongetitelde overeenkomst van 2 juni 2005 één overeenkomst vormen, maar dat "nergens blijkt dat de successfee in feite een bijkomende vergoeding voor aandelen beoogt".

Cassatie 30 januari 2015

Nr. C.14.0059.N

TELUS PROPERTIES nv, met zetel te 1082 Sint-Agatha-Berchem, Keizer    Karellaan 483, bus F0,

eiseres,

tegen
GUSTAFSVIKS VERKSTÄDER aktiebolag, vennootschap naar Zweeds recht, met zetel te 43658 Hovas (Zweden), Brottkärrs Byväg pl. 668, 

verweerster.

I.    RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 oktober 2013.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd

II.    CASSATIEMIDDELEN 

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III.    BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1.    Krachtens artikel 629, § 1, Wetboek van Vennootschappen, zoals hier toepasselijk, mag een naamloze vennootschap geen middelen voorschieten, leningen toestaan of zekerheden stellen met het oog op de verkrijging van haar aandelen of van haar winstbewijzen door derden of met het oog op de verkrijging of de inschrijving door een derde van certificaten die betrekking hebben op aandelen of winstbewijzen.

2.    Deze bepaling verbiedt de financiële ondersteuning door een naamloze ven-nootschap in de limitatief opgesomde gevallen van het voorschieten van middelen, het toestaan van leningen of het stellen van zekerheden met het oog op de verkrijging van haar aandelen of van haar winstbewijzen door derden of met het oog op de verkrijging of de inschrijving door een derde van certificaten die be-trekking hebben op aandelen of winstbewijzen.

Dit verbod strekt tot de bescherming van het kapitaal van de vennootschap en waarborgt de schuldeisers van de vennootschap tegen insolvabiliteitsrisico's die het gevolg kunnen zijn van het voorschieten van middelen, het toestaan van lenin-gen of het stellen van zekerheden.

Met het voorschieten van middelen, het toestaan van leningen of het stellen van zekerheden worden handelingen bedoeld die de teruggave impliceren van het voorschot, de lening of de zekerheden.

3.    Het onderdeel dat ervan uitgaat dat het "voorschieten van middelen" geen terugbetalingsverplichting veronderstelt, faalt in zoverre naar recht.

4.    Voor het overige komt het onderdeel op tegen ten overvloede gegeven redenen, zodat het niet tot cassatie kan leiden en in zoverre niet ontvankelijk is bij gebrek aan belang. 

Tweede onderdeel

5.    Artikel 6 van de overeenkomst van 2 juni 2005 bepaalt dat "indien tegen uiterlijk 31/03/2007 een uitvoerbare stedenbouwkundige vergunning met een bovengrondse bewoonbare netto vloeroppervlakte van de appartementen en studio's die deel zullen uitmaken van het gebouwencomplex van méér dan 6.500 m² wordt bekomen (...) volgende bijkomende vergoedingen (zullen) verschuldigd zijn; voor de bijkomende bovengrondse bewoonbare netto vloeroppervlakte van de appartementen en studio's die deel zullen uitmaken van het gebouwencomplex boven de 6.500 m²: 200 euro per m² ten titel van successfee, door Gustafsviks te factureren aan de vennootschap".

6.    Met zijn oordeel dat "nergens blijkt dat de successfee in feite een bijkomende vergoeding voor aandelen beoogt" en "er (...) overigens wel degelijk een tegenprestatie bedongen (is)", geeft de appelrechter een uitleg van de overeenkomst van 2 juni 2005 die niet onverenigbaar is met de bewoordingen ervan, en miskent hij bijgevolg niet de bewijskracht ervan.
7.    Het is niet tegenstrijdig te oordelen, eensdeels, dat de overeenkomst "koop verkoop van aandelen en de ongetitelde overeenkomst van 2 juni 2005 één overeenkomst (vormen)" en anderdeels, dat "nergens blijkt dat de successfee in feite een bijkomende vergoeding voor aandelen beoogt".

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

Eerste onderdeel

8.    De appelrechter die oordeelt dat "het de gemeenschappelijk bedoeling van partijen was dat de verschuldigdbaarheid van de successfee enkel afhangt van het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning die in een bijkomende boven-grondse bewoonbare netto-vloeroppervlakte boven de 6.500 m² voorziet" en "niet de data, maar de termijn van negen maanden volgend op het indienen van de aanvraag, bepalend zijn" voor het verschuldigd zijn van de succes fee, geven een uitleg van voormeld artikel 6 van de overeenkomst van 2 juni 2005 die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is en miskent mitsdien niet de bewijskracht ervan.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

9.    Het onderdeel kan, gelet op de beslissing over het eerste onderdeel, niet tot cassatie leiden en is mitsdien niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

MEER INFO?

Contactformulier

Consultatie na afspraak

De inhoud van deze website is louter informatief, en kan niet aanzien worden als het verlenen van juridisch advies, noch kunnen hieraan rechten ontleend worden. De auteurs aanvaarden hieromtrent geen enkele aansprakelijkheid.

Zoeken



Cassier &
Van Maldeghem

Kantoor Gent
Brugsevaart 31
9030 Gent

+32 (0)9 349 61 23


Kantoor Antwerpen
Brusselstraat 51
2018 Antwerpen

+32 (0)3 369 12 72


kantoor@cvm-advocaten.be