Gevolgen derdenverzet tegen faillissement


© CASSIER & VAN MALDEGHEM - klik voor meer info of voeg ons toe op linkedin



Cass. 11 oktober 1990

Samenvatting: Het toegewezen derdenverzet vernietigt de bij dat verzet bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk ten aanzien van de derde die verzet doet; dat gevolg moet, met betrekking tot de derde die verzet doet, gelden voor al wat is gedaan ter uitvoering van de ingetrokken beslissing en voor al wat daaruit volgt, met inbegrip van de volgende vonnissen, ongeacht of daartegen nog een gewoon rechtsmiddel kan worden aangewend. ( Art. 1130, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek. )

Trefwoorden: DERDENVERZET. - Burgerlijke zaken. - Toewijzing. - Gevolgen

Volledige tekst:

HET HOF;

Gelet op het bestreden arrest, op 11 april 1989 door het Hof van Beroep te Bergen gewezen;

Over het middel : schending van de artikelen 17, 1122, 1130 van het Gerechtelijk Wetboek, 473, 523, 524 van de wet van 18 april 1851 inzake faillissement, bankbreuk en uitstel van betaling, dat is boek III van het Wetboek van Koophandel, en 97 van de Grondwet, doordat het bestreden arrest eerst beslist dat eisers rechtsmiddel tegen het vonnis van 25 september 1978 van de Rechtbank van Koophandel te Charleroi dat de ontbinding van het akkoord na faillissement uitspreekt, in werkelijkheid een derdenverzet was, en met verwijzing naar de motieven van een arrest tot heropening van de debatten van 27 januari 1988 erop wijst dat dezelfde rechtbank ook op 25 september 1978 eisers faillissement ambtshalve heeft uitgesproken als gevolg van de ontbinding van het akkoord; het arrest vervolgens met bevestiging van het vonnis a quo zegt dat het derdenverzet bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is, en die beslissing verantwoordt door de overweging dat eiser "ambtshalve failliet is verklaard door een vonnis dat thans kracht van gewijsde heeft", dat "zulks reeds het geval was toen (eiser), lange tijd na de heropening van het faillissement trouwens, op 5 maart 1985 het plan opvatte om derdenverzet te doen tegen het vonnis van 25 september 1978 dat de ontbinding van zijn akkoord na faillissement uitspreekt", dat "hij weliswaar vroeger hoger beroep had ingesteld tegen dat vonnis van ontbinding, maar dat dit hoger beroep zelf op 20 augustus 1981 was ingesteld, lang nadat het faillissement definitief was geworden", dat "(eiser), nu het vonnis waarbij hij ambtshalve failliet is verklaard kracht van gewijsde heeft, definitief failliet is", dat "zijn derdenverzet tegen het vonnis van ontbinding van zijn akkoord na faillissement derhalve onnuttig is", dat "een verzoek tot herroeping van gewijsde geen belang uitmaakt in de zin van artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek, nu die procedure berust op een feitelijke vergissing die niet aan de rechter te wijten is en die na de uitspraak van de beslissing aan het licht is gekomen" en dat "een hypothetisch en achteraf gevoerd proces dat (eiser) zou willen voeren om de Belgische Staat aansprakelijk te doen verklaren en dat zou ingaan tegen het beginsel van de immuniteit van de jurisdictionele handeling, evenmin dat belang kan uitmaken als vereist bij artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek", terwijl het bestreden arrest, nu de intrekking of wijziging van het vonnis waartegen derdenverzet is gedaan, noodzakelijk leidt tot intrekking of wijziging van de daaropvolgende vonnissen die eruit voortvloeien, zonder dat dient te worden nagegaan of tegen die vonnissen nog rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, en nu het vonnis waarbij een faillietverklaring wordt uitgesproken na een vonnis tot ontbinding van het akkoord na faillissement, ingevolge artikel 524 van het Wetboek van Koophandel, het noodzakelijk gevolg is van dat vonnis en van de ontbinding van het akkoord die het uitspreekt, uit het feit alleen dat het vonnis van eisers faillietverklaring kracht van gewijsde heeft en dat hij definitief failliet is, niet wettig afleidt dat eisers derdenverzet tegen het vonnis dat de ontbinding van het akkoord na het faillissement uitspreekt "onnuttig" is en bijgevolg bij gebrek aan belang niet ontvankelijk:

Overwegende dat, zoals blijkt uit de vermeldingen van het beroepen vonnis en van het arrest dat ter zake op 27 januari 1988 door het Hof van Beroep te Bergen is gewezen, eiser bij vonnis van 28 juni 1971 failliet werd verklaard, maar een met zijn schuldeisers gesloten gerechtelijk akkoord bij vonnis van 22 november 1976 werd gehomologeerd, de Rechtbank van Koophandel te Charleroi bij vonnis van 25 september 1978 twee opeenvolgende beslissingen uitspraak, de eerste, waarbij het akkoord na het faillissement werd ontbonden, de andere, waarbij Decamp ambtshalve failliet werd verklaard, en eiser bij het aan verweerder betekende exploot van 5 maart 1985 derdenverzet heeft gedaan tegen dat vonnis van 25 september 1978, enkel in zoverre het de ontbinding van het akkoord had uitgesproken; dat het bestreden arrest, met bevestiging van de beroepen beslissing, zegt dat dit derdenverzet op grond van artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek niet ontvankelijk is, inzonderheid op grond dat het vonnis van 25 september 1978 waarbij eiser ambtshalve failliet was verklaard, kracht van gewijsde heeft, dat eiser dus definitief failliet is en dat zijn derdenverzet tegen het vonnis van ontbinding van zijn akkoord na faillissement derhalve onnuttig is;

Overwegende dat een toegewezen derdenverzet, krachtens artikel 1130, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, de bij dat verzet bestreden beslissing geheel of ten dele vernietigt ten aanzien van de derde die verzet doet; dat dit gevolg met betrekking tot de derde die verzet doet, moet gelden voor al was is gedaan ter uitvoering van de ingetrokken beslissing en voor al wat daaruit volgt, met inbegrip van de latere vonnissen, om het even of daartegen nog een gewoon rechtsmiddel kan worden aangewend;

Overwegende dat, zoals volgt uit artikel 524, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel het vonnis dat eiser ambtshalve failliet heeft verklaard, het gevolg is van de beslissing die de ontbinding van het door het gerecht gehomologeerd akkoord na faillissement heeft uitgesproken; Dat het hof van beroep derhalve zijn beslissing niet naar recht verantwoordt door eisers derdenverzet af te wijzen op grond dat het vonnis van ambtshalve faillietverklaring kracht van gewijsde had, dat eiser bijgevolg "definitief failliet" was en dat dit verzet "onnuttig" was;

Dat het middel gegrond is;

Om die redenen, vernietigt het bestreden arrest; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigd arrest;

houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over; verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.





MEER INFO?

Contactformulier

Consultatie na afspraak

De inhoud van deze website is louter informatief, en kan niet aanzien worden als het verlenen van juridisch advies, noch kunnen hieraan rechten ontleend worden. De auteurs aanvaarden hieromtrent geen enkele aansprakelijkheid.



Cassier &
Van Maldeghem

Kantoor Gent
Brugsevaart 31
9030 Gent

+32 (0)9 349 61 23


Kantoor Antwerpen
Brusselstraat 51
2018 Antwerpen

+32 (0)3 369 12 72


kantoor@cvm-advocaten.be