Regeling en terugbetaling huurwaarborg


© CASSIER & VAN MALDEGHEM - klik voor meer info of voeg ons toe op linkedin



Wordt U zelf geconfronteerd met problemen inzake de terugbetaling van een huurwaarborg? Laat U steeds bijstaan door een ervaren advocaat.†U kan ons hiervoor steeds contacteren.



De huurwaarborg dient voor de verhuurder als zekerheid dat de huurder zijn verplichtingen nakomt.

Het is echter een vaak voorkomend probleem dat de verhuurder de huurwaarborg onterecht achterhoudt.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen 2 situaties:

1. de huur dient als hoofdverblijfplaats;
2. de huur dient niet als hoofdverblijfplaats (bv. kot als tijdelijke verblijfplaats);

In het eerste geval is er een wettelijke regeling voorzien in art. 10 van de woninghuurwet. De waarborg mag dan slechts 2 maanden huur bedragen en moet verplicht op een geÔndividualiseerde rekening gestort worden. Dit geeft langs de kant van de huurder de zekerheid dat de waarborg "veilig" staat.

In het tweede geval zijn er geen beperkingen. De huurwaarborg mag 2 maanden overschrijden en kan contant of op de rekening van de verhuurder gestort worden.


De verhuurder dient spontaan de huurwaarborg bij het einde van de huur over te maken. De wijze waarop dit dient te gebeuren is niet wettelijk vastgelegd. Daarom gelden de algemene regels, waarbij eerst in gebreke gesteld dient te worden.

Afhankelijk van de situatie kan de verhuurder intresten verschuldigd zijn op het bedrag van de waarborg.

Blijft de verhuurder weigeren de huurwaarborg terug te betalen, soms onder het mom van beweerde huurschade, kan een officiŽle aanmaning van een advocaat redding brengen. Hierbij kan de huurder ook geadviseerd worden of de inhouding al dan niet terecht gebeurt.

Zo niet dient de bevoegde Vrederechter gevat te worden, waarbij de kosten van de procedure volledig ten laste gelegd kunnen worden van de verhuurder.


De laatst gewijzigde versie van art. 10 van de woninghuurwet:


Art. 10. Waarborg.
§ 1. Indien, behoudens de zekerheden voorzien in artikel 1752 van het Burgerlijk Wetboek, de huurder om de naleving van zijn verplichtingen te waarborgen, een van de in het volgende lid bepaalde vormen van waarborgen verstrekt, mag die niet meer bedragen dan het bedrag dat gelijk is aan 2 of 3 maanden huur, afhankelijk van de vorm van de huurwaarborg.
De in het vorige lid vermelde waarborgen kunnen naar keuze van de huurder drie vormen aannemen : ofwel een geÔndividualiseerde rekening op naam van de huurder bij een financiŽle instelling, ofwel een bankwaarborg die het de huurder mogelijk maakt de waarborg progressief samen te stellen, ofwel een bankwaarborg ten gevolge van een standaardcontract tussen een OCMW en een financiŽle instelling.
Wanneer de huurder kiest voor een geÔndividualiseerde rekening, mag de huurwaarborg niet meer bedragen dan een bedrag gelijk aan 2 maanden huur. De opgebrachte rente wordt gekapitaliseerd ten bate van de huurder en de verhuurder verwerft voorrecht op de activa van de rekening voor elke schuldvordering ten gevolge van het volledig of gedeeltelijk niet nakomen van de verplichtingen van de huurder.
Wanneer de huurder kiest voor een bankwaarborg, waarbij hij zich verbindt die volledig samen te stellen middels constante maandelijkse afbetalingen gedurende de duur van de huurovereenkomst, met een maximumduur van drie jaar, is deze gelijk aan een bedrag van maximaal drie maanden huur. De financiŽle instelling moet die zijn waar de huurder in voorkomend geval zijn rekening heeft en waar zijn beroeps- of vervangingsinkomsten worden gestort. Indien de huurder stopt met het storten van zijn beroeps- of vervangingsinkomens bij de desbetreffende instelling, is die gerechtigd om de integrale en onmiddellijke samenstelling van de waarborg te eisen, onverminderd de mogelijkheid om die over te brengen naar een andere financiŽle instelling. Niettegenstaande de wet op het statuut van en het besluit op de kredietinstellingen van 22 maart 1993, kan een financiŽle instelling deze waarborg niet weigeren om redenen in verband met de kredietwaardigheid van de huurder. De wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet is niet van toepassing. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels bepalen inzake de verplichting voor de financiŽle instelling om een huurwaarborg samen te stellen in het geval dat een kandidaat-huurder, op het moment van zijn aanvraag, gebonden is door meer dan ťťn andere samenstellingsverplichting voor huurwaarborgen die voorheen toegekend werden. Na een evaluatie die zal plaatsvinden ťťn jaar na het van kracht worden van dit systeem, zal de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad een openbare waarborg kunnen organiseren om de waarborgen te dekken die door de financiŽle instellingen toegekend werden aan bepaalde categorieŽn huurders die Hij vaststelt, volgens de financieringsmodaliteiten die Hij vaststelt. De huurder zal geen enkele debetrente verschuldigd zijn aan de financiŽle instelling, die hem rente zal uitkeren vanaf de dag dat de waarborg volledig is samengesteld. De financiŽle instelling beschikt over de voorrechten van het gemeen recht ten overstaande van de huurder in geval hij zijn verplichting om de waarborg progressief samen te stellen, niet naleeft.
Wanneer de huurder kiest voor een bankwaarborg die gelijk is aan een bedrag van maximaal drie maanden huur ten gevolge van een standaardcontract tussen een OCMW en een financiŽle instelling, is het dat OCMW dat daar om verzoekt bij de financiŽle instelling, die de waarborg toestaat ten gunste van de verhuurder.
De Koning legt het formulier vast waarmee de financiŽle instellingen ten aanzien van de verhuurders zullen bevestigen dat de huurwaarborg toegekend is, ongeacht de manier waarop deze waarborg wordt gevormd.
§ 2. Wanneer de verhuurder in het bezit is van de waarborg en nalaat die te plaatsen op de manier bepaald in § 1, derde lid, is hij ertoe gehouden om aan de huurder rente te betalen aan de gemiddelde rentevoet van de financiŽle markt op het bedrag van de waarborg, vanaf het moment dat die overhandigd wordt.
Deze rente wordt gekapitaliseerd. Vanaf de dag dat de huurder de verhuurder in gebreke stelt om te voldoen aan de verplichting hem opgelegd door § 1, derde lid, is de verschuldigde rente echter de wettelijke interesten op het bedrag van de waarborg.
§ 3. Er mag niet beschikt worden over de bankrekening, noch in hoofdsom, noch in rente, noch van de bankwaarborg, noch van de rekening waarop de waarborg opnieuw werd samengesteld, dan ten voordele van een van beide partijen, mits voorleggen van ofwel een schriftelijk akkoord, dat ten vroegste opgesteld wordt bij het beŽindigen van de huurovereenkomst, ofwel van een kopie van een rechterlijke beslissing. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of voorziening en zonder borgstelling of kantonnement.





MEER INFO?

Contactformulier

Consultatie na afspraak

De inhoud van deze website is louter informatief, en kan niet aanzien worden als het verlenen van juridisch advies, noch kunnen hieraan rechten ontleend worden. De auteurs aanvaarden hieromtrent geen enkele aansprakelijkheid.



Cassier &
Van Maldeghem

Kantoor Gent
Brugsevaart 31
9030 Gent

+32 (0)9 349 61 23


Kantoor Antwerpen
Brusselstraat 51
2018 Antwerpen

+32 (0)3 369 12 72


kantoor@cvm-advocaten.be