Uitwinningsbeding - territorium


© CASSIER & VAN MALDEGHEM - klik voor meer info of voeg ons toe op linkedin



Hof van Cassatie, 3 april 2000

Samenvatting:

In de ondernemingen die een internationaal actieveld hebben of belangrijke economische of technische of financiŽle belangen hebben op de internationale markten of over een eigen dienst van onderzoek beschikken kunnen de modaliteiten van het afwijkingsbeding van niet mededinging tussen werkgever en werknemer bij individuele overeenkomst worden toegelaten en kan worden afgeweken van de voorwaarde dat het concurrentiebeding geografisch beperkt moet blijven tot de plaatsen waar de werkman/bediende de werkgever werkelijk concurrentie kan aandoen.

Tekst van het arrest:

HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 27 november 1998 gewezen door het Arbeidshof te Brussel;
Over het middel, gesteld als volgt : schending van artikelen 65, inzonderheid § 2, vijfde lid, 2° en laatste lid, en 86 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (artikel 65, § 2 werd gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 december 1984),
doordat het arbeidshof in de bestreden beslissing, door bevestiging van het vonnis van de eerste rechter, eiser veroordeelt tot betaling aan verweerster van een brutobedrag van 1.022.040,- frank (verhoogd met intresten en de gerechtskosten) als schadevergoeding wegens verboden concurrentie, op volgende gronden :
"In hoofdorde vecht (eiser) de geldigheid van het afwijkend concurrentiebeding aan; (...)
De algemene geldigheidsvoorwaarden van een concurrentiebeding luidend als volgt :
2) territoriaal toepassingsgebied : gebied waar de werkgever effectief concurrentie kan leveren en alleszins beperkt tot 's lands grondgebied;
(...) Daarnaast voorziet de wet (artikel 86, § 2, van de wet van 3 juli 1978) dat afwijkingen kunnen en mogen bestaan voor zover de onderneming aan een of aan twee van volgende vooropgestelde voorwaarden voldoet :
- de onderneming heeft een internationaal activiteitsveld of belangrijke economische, technische of financiŽle belangen op de internationale markt;
- de onderneming beschikt over een eigen dienst van onderzoek;
Het komt er op aan na te gaan of (verweerster en de NV Tecnubel) voldoen aan een van de voorwaarden die het afwijkingsbeding toelaat en zij antwoorden er positief op door te verwijzen naar de volgende elementen :
Uit het voorafgaande moge derhalve blijken dat (verweerster) over het vereiste activiteitsveld beschikte, hetgeen haar toeliet een afwijkingsbeding in de arbeidsovereenkomst met (eiser) op te nemen;
bewust beding werd als volgt opgesteld :
'In geval van vertrek uit de vennootschap, rekening houdend met de door de Paritaire Commissie voorziene bepalingen op dit gebied en gezien forfaitaire compensatievergoedingen voorzien in zulke gevallen verbindt de bediende zich geen gelijke activiteit uit te oefenen, hetzij voor eigen rekening een onderneming te exploiteren, hetzij door in dienst te treden bij een concurrerende werkgever;
Deze verbintenis geldt voor 2 jaren na de uitdiensttreding voor de activiteiten uitgeoefend door de bediende en op volgend grondgebied : Benelux;
Voor deze periode zal European Control Services onmiddellijk bij het verlaten van de firma aan de werknemer de som storten gelijk aan 13 maanden brutoloon. Dit brutoloon wordt berekend op de datum van uitdiensttreding.
In geval van niet-naleving van deze verbintenis mag de werkgever volledige vergoeding voor nadeel eisen'
Dit beding voldoet aan alle hoger vermelde geldigheidsvoorwaarden, met dien verstande nochtans dat voor het territoriaal toepassingsgebied 'Benelux' weerhouden wordt, en het G.H. Luxemburg, dat er, naast BelgiŽ en Nederland, deel van uitmaakt, noch door (eiser), noch door (verweerster en de NV Tecnubel) in het kader van hun activiteiten bezocht werd om de eenvoudige reden dat er geen kerncentrales op dat grondgebied gevestigd zijn;
Dit wat nutteloos uitgebreid toepassingsgebied tast de geldigheid van de afwijkingsclausule niet aan," (arrest pp. 4-5-6),
terwijl overeenkomstig artikel 86, § 1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, de bepalingen van artikel 65 toepasselijk zijn op de arbeidsovereenkomst voor bedienden;
Overeenkomstig artikel 65 (§ 1) van dezelfde wet onder (niet)-concurrentiebeding wordt verstaan het beding waarbij de werkman de verbintenis aangaat bij zijn vertrek uit de onderneming geen soortgelijke activiteiten uit te oefenen, hetzij door zelf een onderneming uit te baten, hetzij door in dienst te treden bij een concurrerende werkgever, waardoor hij de mogelijkheid heeft de onderneming, die hij heeft verlaten, nadeel te berokkenen door de kennis, die eigen is aan die onderneming en die hij op industrieel of op handelsgebied in die onderneming heeft verworven, voor zichzelf of ten voordele van een concurrerende onderneming aan te wenden;
Het niet-concurrentiebeding overeenkomstig artikel 65, § 2, vijfde lid van dezelfde wet, onder meer ondergeschikt is aan de voorwaarde dat het geografisch moet beperkt worden tot de plaatsen waar de werkman (bediende) de werkgever werkelijk concurrentie kan aandoen, gelet op de aard van de onderneming en haar actieradius en het niet verder mag reiken dan 's lands grondgebied;
Overeenkomstig artikel 86, § 2 van dezelfde wet voor bepaalde ondernemingen en bedienden, onder bepaalde vormen en voorwaarden kan afgeweken worden van het bepaalde in (onder meer) artikel 65, § 2, vijfde lid, 2°, van dezelfde wet;
Het arbeidshof te dezen vaststelde dat verweerster dergelijk afwijkingsbeding mocht opnemen in de arbeidsovereenkomst met eiser;
De mogelijkheid om aldus af te wijken van de geografische beperking van het nietconcurrentiegebied tot het Belgisch grondgebied, niet wegneemt dat onverkort blijft gelden dat het niet-concurrentiebeding in geen geval verder kan reiken dan de geografische sector waar de werknemer de werkgever in werkelijkheid concurrentie kan aandoen; de werkgever aldus de werknemer niet mag verhinderen actief te zijn in een regio waarbinnen hij zelf niet actief is;
Eiser in zijn verzoekschrift tot hoger beroep (pp. 6-7, punt 1, A, b) en in de appŤlconclusie (pp. 1415, punt 2) aangevoerd had dat het niet-concurrentiebeding derhalve niet kon gelden voor het Groot-Hertogdom-Luxemburg, waar de werkgever niet actief was;
Het arbeidshof erkent dat het Groot-Hertogdom-Luxemburg, deel uitmakend van de Benelux, niet tot het activiteitsveld van de werkgever behoorde (arrest p. 6, tweede alinea);
De omschrijving van het niet-concurrentiegebied als "Benelux", derhalve onwettig het GrootHertogdom-Luxemburg, insloot;
De miskenning van de beperking van het niet-concurrentiegebied, leidt tot de nietigheid van het niet-concurrentiebeding, en het de rechter niet toegelaten is de onwettige geldigheidsvoorwaarde terug te brengen tot haar wettelijke grenzen;
Het arbeidshof dienvolgens niet wettig kon oordelen dat "het nutteloos uitgebreid toepassingsgebied de geldigheid van de afwijkingsclausule niet aan(tast)" en bijgevolg niet wettig eiser kon veroordelen tot de bij artikel 65, § 2, laatste lid van de Arbeidsovereenkomstenwet bedoelde vergoeding,
zodat het arbeidshof alle in de aanhef van het middel vermelde wetsbepalingen heeft geschonden :
Overwegende dat, krachtens artikel 65, § 2, vijfde lid, 2°, van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978, de geldigheid van elk concurrentiebeding ondergeschikt is aan de voorwaarde dat het geografisch beperkt wordt tot de plaatsen waar de werkman de werkgever werkelijk concurrentie kan aandoen, gelet op de aard van de onderneming en haar actieradius, en niet verder mag reiken dan 's lands grondgebied; dat, krachtens artikel 86, § 1, van de Arbeidsovereenkomstenwet, deze bepaling ook van toepassing is op bedienden;
Overwegende dat, krachtens artikel 86, § 2, van de Arbeidsovereenkomstenwet, in ondernemingen die een internationaal activiteitsveld hebben, in de vormen en onder de voorwaarden vastgesteld in een in de schoot van de Nationale Arbeidsraad afgesloten overeenkomst, kan afgeweken worden van het bepaalde in voormeld artikel 65, § 2, vijfde lid, 2°, voor de bedienden die tewerkgesteld zijn aan werken die hen rechtstreeks of onrechtstreeks in staat stellen kennis te verkrijgen van praktijken die eigen zijn aan de onderneming en waarvan het benutten buiten de onderneming voor deze laatste nadelig kan zijn;
Overwegende dat de vormen en voorwaarden waarin van de voormelde geografische beperking in het concurrentiebeding kan worden afgeweken, bepaald zijn in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 1bis van de Nationale Arbeidsraad van 21 december 1978 tot aanpassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 1 van 12 februari 1970 betreffende het afwijkingsbeding van nietmededinging aan de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 6 maart 1979; dat artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 1978 bepaalt : "In het kader van artikel 86, § 2, van de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten en van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, kunnen de modaliteiten van het afwijkingsbeding van niet-mededinging vastgesteld worden bij collectieve arbeidsovereenkomst op het niveau van de bedrijfstak, bij ontstentenis daarvan, op het niveau van de onderneming, en bij ontstentenis van overeenkomst op dat niveau, bij individuele overeenkomst tussen de werkgever en de bediende";
Overwegende dat het arrest op niet bekritiseerde wijze aanneemt dat artikel 86, § 2, van de Arbeidsovereenkomstenwet te dezen van toepassing is en dat de in deze wetsbepaling bedoelde afwijkingen in de individuele overeenkomst tussen de partijen konden worden toegelaten;
Overwegende dat geen bijzondere beperkingen voor de toegelaten afwijking met betrekking tot de voorwaarde, bepaald in artikel 65, § 2, vijfde lid, 2°, van de Arbeidsovereenkomstenwet, in de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 1978 zijn vastgelegd, en meer in het bijzonder niet bepaald is dat niet mag afgeweken worden van de voorwaarde dat het concurrentiebeding geografisch beperkt moet blijven tot de plaatsen waar de werkman de werkgever werkelijk concurrentie kan aandoen;
Dat het arrest derhalve vermag de in de individuele arbeidsovereenkomst tussen de partijen overeengekomen afwijking van de bedoelde geografische beperking van het concurrentiebeding, waarbij dit beding territoriaal van toepassing werd gesteld, niet alleen in BelgiŽ en Nederland, maar ook in Luxemburg, geldig te verklaren, alhoewel het arrest vaststelt dat alzo het toepassingsgebied "wat nutteloos uitgebreid" werd tot Luxemburg dat "in het kader van hun activiteiten niet door de partijen bezocht werd om de eenvoudige reden dat er geen kerncentrales op dat grondgebied gevestigd zijn";
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiser in de kosten.





MEER INFO?

Contactformulier

Consultatie na afspraak

De inhoud van deze website is louter informatief, en kan niet aanzien worden als het verlenen van juridisch advies, noch kunnen hieraan rechten ontleend worden. De auteurs aanvaarden hieromtrent geen enkele aansprakelijkheid.



Cassier &
Van Maldeghem

Kantoor Gent
Brugsevaart 31
9030 Gent

+32 (0)9 349 61 23


Kantoor Antwerpen
Brusselstraat 51
2018 Antwerpen

+32 (0)3 369 12 72


kantoor@cvm-advocaten.be